15 jaar bedrijfsjournalistiek
donderdag, 10 april 2008
Eugène van Rijn (begonnen in 1996, inmiddels operationeel directeur), Bart de Haan (1998, vestigingscoördinator Zwolle), Stan van Herpen (1997-2002 en 2006-heden, vestigingscoördinator Den Bosch) en Marcel Gansevoort (1998, eindredacteur). Vier mensen die het begin van Maters & Hermsen van nabij meemaakten – en er nog steeds werken.
Herinner je je eerste dag nog bij M&H?
Eus: ‘Maandag 2 september 1996. De kleinheid van alles trof me. Ik was de tweede werknemer van Fred en Jeroen. De vrijdag ervoor deed ik deur van de kazerne achter me dicht. Daar werkte ik met tweehonderd man, at ik in de mess, en ging ik drie tot vier keer per dag koffiedrinken. Kortom: ik had zeeën van tijd. Bij M&H zat je met een kopje koffie achter je computer, zo bleek mij al snel. Ik begon met het schrijven voor een placemat à la McDonald’s die we voor de luchtmacht maakten.’

Bart: ‘Dat was 3 januari 1998. Ik kwam van Defensie en stond op de Middelstegracht keurig op tijd met gepoetste schoenen om vijf voor half acht klaar voor het ochtendappèl. Moest ik een uurtje wachten totdat Eus arriveerde.’
Marcel: ‘Ik ben van augustus1998. Zelfs het lunchgesprek herinner ik me nog van die eerste dag. Dat geroep en geschreeuw, daar moest ik enorm aan wennen.’
Een mijlpaal in vijftien jaar M&H-geschiedenis?
Eus: ‘Mooi vond ik dat Vestia onlangs bij ons alleen de vormgeving bestelde. Dat M&H Vormgeving dus daarmee ook een eigen entiteit is. Warme herinneringen koester ik aan ons weekeinde in de Ardennen voor het tienjarig bestaan. Jan Joost bleef maar zingen en spelen op zijn gitaar. Van langer geleden: dat we voor VROM een bladconcept maakten. Dat was het eerste bladconcept dat Jeroen Maters met anderen maakte, met Marieke van Gils en mij.’
Marcel: ‘Mijn eerste overwinning van het M&H-tennistoernooi. Het was in 2001, een kille dag in januari. In de finale won ik van Hans Ringnalda [vanPinkRoccade, red.] en ontving daarna de Teus Lebbing-trofee. Wat een heerlijk gevoel was dat zeg! Of bedoel je dit niet?’
Stan: ‘Misschien is het wel dat op een gegeven moment bij mij het besef ging leven: we zijn het beste bureau van Nederland. Dat was nadat tellus de Grand Prix won, waar eerder Barts Pantograaf dat had gedaan. Dat was dus geen toevalstreffer geweest.’
Bart: ‘De Pantograaf zie ik ook wel als mijlpaal. En dan sla ik vijfentwintig mijlpalen over en noem ik de tweede dag van Brandstof ’08, in één dag vanuit niets een blad, tv, radio en site maken voor Dutch Space. Gaf een geweldig gevoel. Dat we zoveel bedrijfsjournalistiek kunnen genereren in een uurtje of tien, dat is bijna eng.’

Bart: ‘Het belangrijkste inzicht: we zijn een fijne club met toffe mensen. In de eerste maand onderbraken we het werk om bij Jeroen en Hetty thuis schaatsen in Nagano te kijken. En daarna zaten wij met het hele bedrijf vanwege het 5-jarig bestaan in Maastricht. Vreselijk gelachen.
Zakelijk viel het kwartje eind ’98. Dat organisaties zelf óók baat hebben bij open en eerlijke media. Dat journalistiek werken niet alleen voor onszelf leuker was, maar daadwerkelijk beter voor de klant, was een cruciale constatering. Dat was tijdens de restyling van de Pantograaf, een operatie van Jeroen. Ik denk dat dit concept van Jeroen de basis heeft gelegd voor drie, vier vette jaren daarna.’
Marcel: ‘In de zes jaar dat ik sportjournalistiek voor de krant bedreef, ben ik nauwelijks gegroeid, maar in de tien jaar bij M&H wel. Meer toepassen van genres, doelgroepgerichter schrijven, en vooral: creatievere invalshoeken.’
Eus: ‘Vele. Eigenlijk alles wat we als bedrijf hebben geleerd, heb ik me ook op dat moment eigen gemaakt. Werken met briefings, de matrix, bladconcepten schrijven. Een nieuw inzicht bij mijn start was dat je informeel kon omgaan met je klanten en tóch waardering kon krijgen. Een belangrijk inzicht dat met de loop der jaren kwam, en waar ik sindsdien vaak op hamer, is dat je veel moet communiceren over wat je aan het doen bent. Ook al denk je dat je niks te communiceren hebt. Laat de klant weten dat alles lekker loopt bijvoorbeeld. Meld een klein probleem en meteen de oplossing erbij. M&H moet geen zwarte doos zijn.’
Stan: ‘Tussen 2002 en 2006 werkte ik niet bij M&H, maar was ik filmprogrammeur. Ik kwam terug omdat ik inzag dat bladen maken gewoon het leukste vak is. En, heel obligaat misschien, M&H het leukste bedrijf om dat te doen. Ik kwam óók terug omdat dat moest van mijn moeder. “Dè zèn van die goei’ jonges,” zei ze op zijn Brabants over Fred en Jeroen. “Ga toch terug!” Blij dat ik naar haar geluisterd heb.’

Marcel: 'Ik ben in die tien jaar gegroeid in het vak'
Tot slot: Fred en Jeroen, waar staat M&H in 2018?

'Of we groter of kleiner zijn geworden weet ik niet: we hebben in elk geval geen groeidoelstelling. In de praktijk blijkt dat als je je werk goed doet, er vanzelf meer organisaties geïnteresseerd raken in je werk. Wel willen we groeien in kwaliteit: we blijven dus veel investeren in onderwijs, onderzoek en productontwikkeling.’
Fred: ‘Ik denk en hoop dat het toekomstbeeld van Jeroen klopt. Ik wil daar nog wel iets aan toevoegen: tegen die tijd wil ik nog steeds zo persoonlijk kunnen werken als nu. We zijn de afgelopen jaren blijven groeien, maar iedere klant krijgt nog steeds veel aandacht van één van onze eindredacteuren en van een redactieteam dat van de hoed en de rand weet. Ik heb niets tegen groter worden, als we ook maar klein blijven. Zelfs als we in 2018 nog een paar vestigingen hebben.’
Fred: 'Ik heb niets tegen groter worden, als we ook maar klein blijven'