TIP: Interview niet, stel een vraag

maandag, 16 mei 2011

Pjotr van Lenteren geeft regelmatig tips voor (nog) betere journalistieke producties. Deze keer: Noem een gesprek geen interview, stel gewoon een vraag. Voor gevorderden: zeg niet eens dat je een artikel aan het maken bent.

Hoe moet dat? Bel je contactpersonen op en kies uit de volgende openingszinnen:

- “Hallo, ik ben X van Y, ik heb gehoord dan jij alles weet van…”
- “Hallo, ik ben X van Y, wat vind jij nou van… en hoe zit het daar nu echt mee?”
- “Hallo, ik ben X van Y, ik ben op zoek naar meer informatie over…”

Daarna hoor je iemand helemaal uit. Als je wat aan het verhaal hebt, zeg je aan het eind enthousiast: “Geweldig verhaal zeg, ik zou daar wel een stuk over willen schrijven.” Is het geen geweldig verhaal, dan heb je niets beloofd en dus ook geen enkel probleem. Bedank vriendelijk en hang op. Als iemand helemaal niet meewerkt, bel je gewoon iemand anders.

Waarom deze tip? Als je belt voor een afspraak, hebben mensen het altijd druk en pas over drie weken tijd. Bel je met een leuke vraag, dan praten ze je anderhalf uur lang de oren van het hoofd. Jij hoeft hier alleen maar uit te pakken wat je nodig hebt. Er staan immers al genoeg babbelinterviews in je blad!

Wat levert het me op? Bedrijfsjournalisten hebben nogal de neiging om journalistje te spelen in plaats van het te zijn. Dat merk je als je een keer het plezier hebt om met iemand te werken die van een gewone krant komt: een bedrijfsjournalist doet drie weken en ruim twintig uur over een achtergrondartikel, een gewone stampt die in twee dagen uit de grond. Vaak met beter resultaat ook nog. Hoe dat komt? Omdat hij gewoon bélt, vraagt en schrijft.

Wat is de theorie hierachter? Een groot deel van wat wij ‘interviews’ noemen is in werkelijkheid het raadplegen van bronnen, het verkrijgen van achtergrondinformatie of het informeren naar de laatste stand van zaken. De meeste mensen zijn behulpzaam en praten graag over hun werk. Als een collega belt met een vraag, branden ze meteen los. Aan het woord ‘interview’ kleeft echter een grote hoeveelheid verwachtingen en vooroordelen. Iedereen leest immers de krant en kijkt tv.

Daarmee zet je je interviewkandidaat op het verkeerde been: de geïnterviewde gaat van alles achter het verhaal zoeken, bij leidinggevenden informeren, zijn eigen belangen naar voren schuiven, achteraf teleurgesteld doen of zelfs roepen dat ‘dit niet gepubliceerd mag worden’. Meteen nadat de afspraak gemaakt is ben je de regie over je verhaal kwijt. En dat is nergens voor nodig. Een achtergrondverhaal is een feitelijk verhaal, gebaseerd op controleerbare informatie, waarin eventueel iemand geciteerd wordt. Natuurlijk moet je voor een persoonlijk verhaal naar iemand toe. Maar toch niet om even te checken wat de laatste stand van zaken is met een reorganisatie?

Meer weten: Bovenstaande tip komt aan de orde in cursus Schrijven en Eindredactie bij het onderdeel Genres. Pjotr van Lenteren is Coördinator Opleiding & Ontwikkeling bij Maters & Hermsen. Hij geeft regelmatig snelle tips voor betere journalistieke publicaties. <<