Zomaar een personeelsblad vertalen werkt niet altijd

woensdag, 16 juni 2010

Cultuurverschillen werken door in personeelsbladen, analyseerde Sanne Spruit (Hogeschool Rotterdam). Ze onderzocht de afgelopen maanden de invloed van nationale cultuur in personeelsbladen.

Shell, Unilever, ING, ABN AMRO. Het zijn maar een paar (beursgenoteerde) multinationals en dus multiculturele organisaties. Directies communicatie besteden er veel tijd, geld en moeite om medewerkers met personeelsbladen te informeren en motiveren. Vaak worden daarvoor bladen centraal gemaakt en, hoe kostenbewust, vervolgens vertaald voor andere, buitenlandse divisies. En daar zit ‘ em de kneep. Sanne Spruit, student Hogeschool Rotterdam, onderzocht zowel het Nederlandse, als Britse personeelsblad van Shell. Daarin stuitte zij op verschillen in nationale cultuur die volgens haar belangrijke consequenties hebben voor het personeelsblad van de olieproducent. Dat leverde nuttige kennis op voor bladenmakers in multinationale ondernemingen.

“Britten zijn geobsedeerd door privacy. Nederlanders door structuur in hun blad. Britten openen in een spread met een oekaze van het management. Nederlands benaderen dat management juist heel kritisch en persoonlijk – ze sturen er een journalist op af. Dat vinden de Britten prachtig, zolang hen dat zelf maar niet overkomt.” Spruit bracht de belangrijkste verschillen tussen Nederland en Groot-Brittannië in kaart. Wat bleek? Nederlanders zijn feminiener, gericht op de lange termijn en mijden onzekerheid meer dan Britten.

Nederlanders vinden goede samenwerking belangrijker dan status of hiërarchie en komen erg graag stipt op tijd: we willen, meer dan de Britten, weten waar we aan toe zijn. Grappige reclames worden wel gewaardeerd, maar zijn, blijkt uit onderzoek, minder effectief dan serieuzere boodschappen, terwijl de Britten niet zonder kunnen. “Nederlanders timmeren de structuur van een blad helemaal dicht, Britten zijn daarin vrijer”, vult Spruit aan. Britten blijven wel hun merk en organisatie intern voortdurend verkopen aan de medewerkers, Nederlanders doen dat niet. Nederlanders vinden human interest, de psychologie van de geïnterviewden belangrijker dan strategie. Dat vinden de Britse lezers trouwens ook – zij zien graag dat een manager door een Nederlandse journalist wordt aangepakt.

Om te overtuigen, moeten personeelsbladen dus met culturele verschillen rekening houden. Vertaald naar bedrijfsjournalisten: we lopen het risico de aansluiting bij grote doelgroepen te missen als we niet van die verschillen op de hoogte zijn. Want alleen dan kunnen we de sterke kanten van beide combineren. “Meer Britse humor en een kritischer, journalistieke houding”, ziet Spruit als een ideale mix. Naar de vertaling van Nederlandse personeelsbladen in het Engels gaat zij de komende weken vervolgonderzoek doen.